Posts tonen met het label Online lessen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Online lessen. Alle posts tonen
vrijdag 1 november 2013
Antwoorden beeldend vermogen
Kindertekeningen zijn fantastisch, vind ik. De verhalen die er bij horen, de oplossingen voor bepaalde technische hindernissen, het nog niet door clichees verpeste gevoel voor compositie en kleur. Dit is een tekening van het Bulgaarse jongetje Alek Milanov Ivantchev. Hoe oud hij was toen hij dit tekende weet ik niet, ik vermoed een jaar of zes. Geweldig! Vogels en vissen ontmoeten elkaar, het lijkt wel Escher.
Aantekeningen: Krabbelen, gecodeerde werkelijkheid, zichtbare werkelijkheid
-----
Antwoord 1a: krabbelen (peuters), gecodeerde werkelijkheid (kleuters en
middenbouw), zichtbare werkelijkheid, zelfstandigheid.
Antwoord 1b: Beroepsleven van de ouders, directe leefomgeving, religieuze
achtergrond
-----
Antwoord 2a: Met krassen sporen achterlaten. Kleuren zorgen dat de sporen
goed zichtbaar zijn.
Antwoord 2b: Van grote naar kleine bewegingen van grove naar fijne motoriek
Antwoord 2c: Vanuit de schouder en de elleboog, nog geen pols en
vingerbewegingen
Antwoord 2d: Alles wordt even hard ingedrukt, later merkt het kind dat je
materialen soms anders moet benaderen voor het gewenste resultaat.
-----
Antwoord 3a:
Antwoord 3b:
-----
Antwoord 4d: 2a: vormen willekeurig op het vlak
Antwoord 4a: Band met lezen/schrijven. Dat kan het nog niet dus gebruikt het kind
codes
Antwoord 4c: Het tekent niet exact na, maar het hoe van dingen
Antwoord 4b: Bewegende mensen en voertuigen, daarna huizen en andere
stilstaande objecten.
-----
Antwoord 5a: Fel, contrastrijk
Antwoord 5b: Vorm aangeven door kleurvlak (zon is geel, gras is groen, lucht
is blauw)
-----
Antwoord 6a: Beeldteken van de mens met een koppoter, later twee cirkels met
lijnen voor armen en benen. Hoofd is het belangrijkst met grote ogen.
Antwoord 6b: Hoofd trekt de aandacht. Mensen zijn voor hen vaak een sprekend
hoofd
Antwoord 6c: Haaks om de voeten en vingers goed te kunnen laten zien
-----
Antwoord 7a: 2a: alle figuren zijn willekeurig verspreid, gezien vanaf de
zijkant en de bovenkant
Antwoord 7b: Maakt keuze voor waar plek is om iets te plaatsen. Vormen moeten
los staan van elkaar, mogen elkaar niet overlappen. Belang en verdringing van
vormen
-----
Antwoord 8a: 2b: vel heeft boven en onderkant. onderkant is grondlijn,
bovenkant is lucht en wolken
Antwoord 8b: Compositie: waar plaats je wat?
Antwoord 8d: links een ster, clichematig meisje met symbolisch kleurgebruik.
voorwerpen verwijzen nog naar symbolen. Er zijn ook nog krabbelende elementen
te zien. Het vanuit de pols en vingers tekenen lukt nog niet helemaal.
Antwoord 8c:
-----
Antwoord 9b: Prinsesje is cliche, grondlijn is bepalend, veel ruimte voor
lucht, boogvormen en vierkanten. Functionele primaire en secundaire kleuren.
Geschematiseerde wereld.
Antwoord 9a: Platformpjes in de lucht om het grondvlak te vergroten en diepte
te suggereren.
-----
Antwoord 10a: 2b: omklapping (denk aan hierogliefen) voorkant en zijkant
tegelijk, grondlijnen
Antwoord 10b: Binnen en buiten verbeelden door dak en muren, contour van een
auto met het gehele persoon er in, zo verbeeld je binnen en buiten.
-----
Antwoord 11a:
Antwoord 11b:
-----
Antwoord 12a: centraal perspectief, overlapping (jezus voor maria), engelen
overlappen en stapelen en zijn allemaal even groot, groot en klein
(verdringing), afsnijding (beeld loopt door buiten het kader)
Antwoord 12b: kleurperspectief: rood naar voren, blauw naar achteren en het
lijnperspectief waarbij lijnen verdwijnen in een punt aan de horizon.
-----
Antwoord 13a: zichtbare werkelijkheid:
Antwoord 13b: dingen natekenen en overtrekken die aansluiten op de eigen
interesse. Helpen om de werkelijkheid vast te leggen, dus gebruik
fotografie/video.
Antwoord 13c: Ruimte suggestie, donker en licht, schaduw, textuur, vlakken
versieren met details, compositie
Antwoord 13d: ruimte en textuur
-----
Antwoord 14a: Nabootsen en vastleggen van de wereld om hen heen.
Antwoord 14b: Ze willen begrijpen hoe de wereld werkt. Expressiviteit is nu
belangrijk om niet alleen maar met de techniek van dingen bezig te zijn: komt
overeen met fase 2b van Parsons
Antwoorden beeldend probleem
Zat voor een passende afbeelding te twijfelen tussen Hopper (kan niet genoeg bewierrookt worden, vind ik) en Wan Hu. Het goede verhaal wint het van de goede schilder deze keer. Leve Wan Hu en zijn raketstoel!
Antwoord 1a: Speelt met een vliegtuig, ze schrikt op, laat het vliegtuigje
vallen, gaat op haar tenen voor het raam staan. Verbeelding wordt tot leven
gebracht. Vertrekpunt voor een les BV
Antwoord 1b:
-----
Antwoord 2a: Slordige kubus die aan een strakke kubus denkt
Antwoord 2b: Slordige kubus wil netjes, strak en succesvol zijn.
Antwoord 2c: Gedachtenballonetje en het interpreteren daarvan
Antwoord 2d: Teken een kubus die een andere kubus zou willen zijn zonder een
gezichtje. De ene somber, de ander strak en elegant.
-----
Antwoord 3a: Oost Indische inkt: netjes met de inktpen in de nette kubus, met
een kwast in de slordige kubus
Antwoord 3b: Hoe maak ik een rommelige lijn versus een nette lijn?
Antwoord 3c: Het is met de hand getekend, niet met de computer.
Antwoord 3d: Zowel een beeldend doel als een technisch doel: hoe gaat het er
uit zien zonder voorbeeld van de docent?
-----
Aantekeningen: Leren inleven in een onderwerp (thema) dmv receptieve fase
(beelden bekijken). Uitbeelden op een eigen manier, zonder clichees. Vertalen
van inhoud naar beeld. Iets wat in het hoofd zit omzetten naar een plaatje
door te experimenteren met materialen en media. Schetsen (storyboard).
Onderzoek naar de meest geschikte oplossing voor het beeldend probleem en zo
zelfstandig komen tot een authentiek beeld wat niet door de hele klas is
nagemaakt.
-----
Antwoord 5a: Wan Hu: de legende van de raketstoel. Wan Hu was een astronoom
die naar de sterren wilde vliegen met heel veel vuurpijlen onder de stoel.
Mislukte lancering. Uitwerking van het verwerken van een grappig verhaal.
Antwoord 5b: Drama, geschiedenis, vuurwerk, buskruit, chemie, natuurkunde
-----
Antwoord 6a: Zingende pinguins, de anderen gaan in een hartvorm staan, zoen
in een hartvorm. Zoete tinten zijn vervangen door ijsblauw en koel.
Antwoord 6b: Alleen maar clichebeelden is te eentonig en te saai. Het
doorbreken van het gangbare houdt de wereld levendig. Eeen loffelijk streven,
maar 80% van de wereld wil nu eenmaal precies hetzelfde als de rest.
-----
Antwoord 7a: licht en donker, vrolijk en verdrietig. Kinderkamer versus geen
kinderen kunnen krijgen. Grote contrasten in beeld en geluid. Figuen staan
hoog, zachte en ronde vormen. Figuren staan laag, nauwe ruimte, grauw en
grijs. Dit is de oplossing naar het zoeken van een oplossing van een
beeldprobleem.
Antwoord 7b: Verboden liefde. Hopper draait altijd om eenzaamheid en verloren
illusies.
-----
Antwoord 8a: Arcimboldo, ingredienten als onderdeel van een wezen.
Antwoord 8b: Door de materialen te leren kennen en te experimenteren verbreed
je de kennis bij de leerlingen en stimuleer je de fantasie. Beeldende vorming
is eigenlijk les in het vak fantasie.
-----
Antwoord 9a:
Antwoord 9b:
-----
Antwoord 10a: De verhoudingen van de panda zijn totaal anders dan die van de
ideale mens.
Antwoord 10b: We kunnen niet iedereen in hetzelfde stramien duwen. Haal het
beste uit ieder kind.
Antwoorden beeldbeschouwing
Op de foto het balkon in Verona waarvan beweerd wordt dat Juultje daar stond te wachten op haar Romeo. Als ze al ooit bestaan hebben. Een prima toeristenattractie voor de stad Verona.
Antwoord
1a:
2a: gezicht (eng) 2b: wat maakt het eng? tanden van de veranda, rook uit de
schoorsteen, boze ogen.
3: ingesloten door blauwe enge bomen, het pad leidt alleen naar de enge deur.
We staan als kijker daar achter op afstand en zijn ook bang voor het huis.
Antwoord 1b:
Antwoord 1c:
Antwoord 1d:
-----
Antwoord 2a: Vragen gericht op haar mening, er wordt alleen naar haar mening
gevraagd. Is niet relevant.
Aantekeningen:
Startvragen: hebben jullie dit meegemaakt, kennen jullie dit beeld?
Onderzoeksvragen: wat is er te zien, wat is dit detail? Wanneer is het
gemaakt?
Analyse vragen: Wat betekent dat
Speculatieve vragen: wat nou als het... een andere kant opsturen
Vragen die leiden tot een oordeel: wat vinden we hier van, hoe vatten we dit
samen?
-----
Aantekeningen: Wat is het doel van een vraag? Eerst zelf het antwoord
formuleren. Zorg voor een logische opbouw van hoofdvraag naar detail. Alles
in een beschouwing samenvatten. Stel meteen gerichte vragen. Stel geen waarom
vragen als: waarom is dit blauw? Leidt tot willekeurige antwoorden.
-----
Antwoord 4a: Wat zie je op de poster staan? Twee kabouterfamilies. Zijn ze
bevriend? Nee Hoe zie je dat? Afstand en boos naar elkaar kijken. Hoe zie je
dat ze van elkaar verschillen? Rood versus blauw Wat denk je bij de naam
Gnomeo en Juliet? Wie kent het verhaal van Romeo en Juliet? Wat valt er op
aan de bovenste twee? Die vinden elkaar wel leuk. Hoe zie je dat? Ze lachen
en de ene geeft de andere een bloem. Wat valt er nog meer op? De grijnzende
kikker linksonder.
Antwoord 4b:
Antwoord 4c:
-----
Aantekeningen: Wie heeft deze film gezien? Wie kent Romeo en Juliet? Wie heeft er
tuinkabouters? Daarna: drie kenmerken waarom ze ruzie hebben waaraan zie je
dat R en J verliefd zijn. Wat is de betekenis van de bloem? Hoe zie je dat
het twee families zijn? Hoe kunnen ze bij elkaar komen?
2a: gezicht (eng) 2b: wat maakt het eng? tanden van de veranda, rook uit de
schoorsteen, boze ogen.
3: ingesloten door blauwe enge bomen, het pad leidt alleen naar de enge deur.
We staan als kijker daar achter op afstand en zijn ook bang voor het huis.
Antwoord 1b:
Antwoord 1c:
Antwoord 1d:
-----
Antwoord 2a: Vragen gericht op haar mening, er wordt alleen naar haar mening
gevraagd. Is niet relevant.
Aantekeningen:
Startvragen: hebben jullie dit meegemaakt, kennen jullie dit beeld?
Onderzoeksvragen: wat is er te zien, wat is dit detail? Wanneer is het
gemaakt?
Analyse vragen: Wat betekent dat
Speculatieve vragen: wat nou als het... een andere kant opsturen
Vragen die leiden tot een oordeel: wat vinden we hier van, hoe vatten we dit
samen?
-----
Aantekeningen: Wat is het doel van een vraag? Eerst zelf het antwoord
formuleren. Zorg voor een logische opbouw van hoofdvraag naar detail. Alles
in een beschouwing samenvatten. Stel meteen gerichte vragen. Stel geen waarom
vragen als: waarom is dit blauw? Leidt tot willekeurige antwoorden.
-----
Antwoord 4a: Wat zie je op de poster staan? Twee kabouterfamilies. Zijn ze
bevriend? Nee Hoe zie je dat? Afstand en boos naar elkaar kijken. Hoe zie je
dat ze van elkaar verschillen? Rood versus blauw Wat denk je bij de naam
Gnomeo en Juliet? Wie kent het verhaal van Romeo en Juliet? Wat valt er op
aan de bovenste twee? Die vinden elkaar wel leuk. Hoe zie je dat? Ze lachen
en de ene geeft de andere een bloem. Wat valt er nog meer op? De grijnzende
kikker linksonder.
Antwoord 4b:
Antwoord 4c:
-----
Aantekeningen: Wie heeft deze film gezien? Wie kent Romeo en Juliet? Wie heeft er
tuinkabouters? Daarna: drie kenmerken waarom ze ruzie hebben waaraan zie je
dat R en J verliefd zijn. Wat is de betekenis van de bloem? Hoe zie je dat
het twee families zijn? Hoe kunnen ze bij elkaar komen?
Antwoorden ontwikkelingsfasen
Zomaar een afbeelding van iemand die toevallig ook Parsons heet. De socioloog en econoom Talcott Parsons (1902-1979). Ken de man verder niet, schijnt een intellectueel vooraanstaand leven te hebben geleid, ik vond het een leuk portret. En een schitterende naam.
Aantekeningen:
Parsons: hoe beschouwt een kleuter een beeld ten opzichte van een
volwassene. 5 fasen die elkaar opvolgen. Hangt samen met de intellectuele
ontwikkeling van het egoisme van het jonge kind naar een maatschappelijk
oordeel naar een universeel oordeel.
-----
Antwoord 2a: Duister, droevige indruk. Dame op stoel met spiegel.
Antwoord 2b: Vanitas, Vergane fysieke glorie.
Antwoord 2c: Niet echt, vindt het er allemaal iets te dik op liggen
Antwoord 2d: Textuur van bobbelige, rimpelige, grijze huid sluit goed aan op
het thema.
Antwoord 2e: Beurskrach, einde van de roaring twenties, crisis, 2e
wereldoorlog nadert. Those were the days. Flapper die terugkijkt op a golden decade. Heeft ook iets van het magisch realisme: Willink, Pyke Koch.
-----
Antwoord 3a: Favoritisme: het beeld is leuk want het sluit aan. Samen spelen,
zingen, dansen, tekenen. slapen.
Antwoord 3b: De wereld is vereenvoudigd, teruggebracht tot simpele vormen,
geschematiseerd, ook in kleurgebruik.
-----
Antwoord 4a: Parsons 2a: ambachtelijke fase, kind kan met aandacht langer bij
het beeld blijven en kan de hoofdkenmerken benoemen. Kind herkent een vrolijk
mannetje. Herkenning maakt het mooi. Kind in deze fase accepteert abstracte
kunst op grond van de herkenning.
-----
Antwoord 5a: Parsons 2b: kind kijkt naar details. Wat zijn de Pietjes aan het
doen? Waar is Sinterklaas? Wat doet die ene Piet verkeerd? Aandacht voor het
beeld is groter, het beeld moet zo natuurgetrouw mogelijk zijn. Ze gaan er
van uit dat iedereen dezelfde mening heeft. Dit vormt het oordeel.
-----
Antwoord 6a: Schoorsteen, snoep, schoentje
Antwoord 6b: Het meisje houdt het popje bij zich en een jongetje staat te
huilen. Het schoentje is leeg, hij heeft de roe gekregen. De oudste zoon
wijst omhoog naar de schoorsteen. Oma heeft nog wel een cadeau.
Antwoord 6c: Hij heeft de roe gekregen.
Antwoord 6d:
-----
Antwoord 7a: Parsons 3: fase van expressiviteit. De beschouwer laat los dat
alles precies moet lijken op de werkelijkheid. Beschouwer herkent de
expressie. Blauwe periode van Picasso naar aanleiding van een sterfgeval.
Antwoord 7b: Beschouwer luistert naar de mening van een ander en snapt dat
een ander een gevoel kan hebben dat afwijkt van het zijne.
-----
Antwoord 8a: Arm is een bot, diepe oogkassen, witte huid, spinrag in het
haar, verwelkte bloemen in het haar, gat in de jurk
Antwoord 8b: Ze staan uit elkaar, kil, blauw
Antwoord 8c: De lippen van de bruid zijn vol en rood, kan niet rusten tot ze
de liefde kent
-----
Aantekeningen: Parsons 4: Formalisme: de stijl van het beeld, je kunt
beeldaspecten benoemen, abstracte beelden waar je de betekenis van wilt
weten. Esthetische ervaring beleven die je kunt bespreken met anderen.
-----
Antwoord 10a: Stand ogen en mond, traan
Antwoord 10b: Kleur en vorm doen denken aan ijs of glas: scherp en hard.
Antwoord 10c: Contrastrijk. Vormgeving van haar emotie. Wanhopig en
verdrietig.
Antwoord 10d: Crisisjaren, verdriet kan slaan op iets persoonlijks of iets
maatschappelijks.
-----
Aantekeningen: Parsons 5: open mind. Veel kennis van contexten en stijlen
nodig. Besef dat de betekenis afhangt van de context. Esthetisch beeld krijgt
een intellectueel en maatschappelijk karakter. Links Lenin, midden Mickey
Mouse en rechts Jezus. Wie is de god, wie is de leider? Alledrie staan ze
voor massagedrag.
volwassene. 5 fasen die elkaar opvolgen. Hangt samen met de intellectuele
ontwikkeling van het egoisme van het jonge kind naar een maatschappelijk
oordeel naar een universeel oordeel.
-----
Antwoord 2a: Duister, droevige indruk. Dame op stoel met spiegel.
Antwoord 2b: Vanitas, Vergane fysieke glorie.
Antwoord 2c: Niet echt, vindt het er allemaal iets te dik op liggen
Antwoord 2d: Textuur van bobbelige, rimpelige, grijze huid sluit goed aan op
het thema.
Antwoord 2e: Beurskrach, einde van de roaring twenties, crisis, 2e
wereldoorlog nadert. Those were the days. Flapper die terugkijkt op a golden decade. Heeft ook iets van het magisch realisme: Willink, Pyke Koch.
-----
Antwoord 3a: Favoritisme: het beeld is leuk want het sluit aan. Samen spelen,
zingen, dansen, tekenen. slapen.
Antwoord 3b: De wereld is vereenvoudigd, teruggebracht tot simpele vormen,
geschematiseerd, ook in kleurgebruik.
-----
Antwoord 4a: Parsons 2a: ambachtelijke fase, kind kan met aandacht langer bij
het beeld blijven en kan de hoofdkenmerken benoemen. Kind herkent een vrolijk
mannetje. Herkenning maakt het mooi. Kind in deze fase accepteert abstracte
kunst op grond van de herkenning.
-----
Antwoord 5a: Parsons 2b: kind kijkt naar details. Wat zijn de Pietjes aan het
doen? Waar is Sinterklaas? Wat doet die ene Piet verkeerd? Aandacht voor het
beeld is groter, het beeld moet zo natuurgetrouw mogelijk zijn. Ze gaan er
van uit dat iedereen dezelfde mening heeft. Dit vormt het oordeel.
-----
Antwoord 6a: Schoorsteen, snoep, schoentje
Antwoord 6b: Het meisje houdt het popje bij zich en een jongetje staat te
huilen. Het schoentje is leeg, hij heeft de roe gekregen. De oudste zoon
wijst omhoog naar de schoorsteen. Oma heeft nog wel een cadeau.
Antwoord 6c: Hij heeft de roe gekregen.
Antwoord 6d:
-----
Antwoord 7a: Parsons 3: fase van expressiviteit. De beschouwer laat los dat
alles precies moet lijken op de werkelijkheid. Beschouwer herkent de
expressie. Blauwe periode van Picasso naar aanleiding van een sterfgeval.
Antwoord 7b: Beschouwer luistert naar de mening van een ander en snapt dat
een ander een gevoel kan hebben dat afwijkt van het zijne.
-----
Antwoord 8a: Arm is een bot, diepe oogkassen, witte huid, spinrag in het
haar, verwelkte bloemen in het haar, gat in de jurk
Antwoord 8b: Ze staan uit elkaar, kil, blauw
Antwoord 8c: De lippen van de bruid zijn vol en rood, kan niet rusten tot ze
de liefde kent
-----
Aantekeningen: Parsons 4: Formalisme: de stijl van het beeld, je kunt
beeldaspecten benoemen, abstracte beelden waar je de betekenis van wilt
weten. Esthetische ervaring beleven die je kunt bespreken met anderen.
-----
Antwoord 10a: Stand ogen en mond, traan
Antwoord 10b: Kleur en vorm doen denken aan ijs of glas: scherp en hard.
Antwoord 10c: Contrastrijk. Vormgeving van haar emotie. Wanhopig en
verdrietig.
Antwoord 10d: Crisisjaren, verdriet kan slaan op iets persoonlijks of iets
maatschappelijks.
-----
Aantekeningen: Parsons 5: open mind. Veel kennis van contexten en stijlen
nodig. Besef dat de betekenis afhangt van de context. Esthetisch beeld krijgt
een intellectueel en maatschappelijk karakter. Links Lenin, midden Mickey
Mouse en rechts Jezus. Wie is de god, wie is de leider? Alledrie staan ze
voor massagedrag.
Antwoorden beeldaspecten
Sommige mensen noemen mij Barbapapa, anderen noemen mij Shrek. De ene ziet me dus als een vriendelijke, dikke, roze alleskunner, de ander blijkbaar als een dikke, humeurige, stinkende kluizenaar. De waarheid zal wel weer eens in het midden liggen, ik vind het allemaal prima.
Antwoord
1a
Onderdelen van het beeld
waaruit het is opgebouwd. Grammatica van de beeldtaal.
Primaire kleuren, expressief kleurgebruik, etc.
Primaire kleuren, expressief kleurgebruik, etc.
Antwoord
1b
Klein, krakkemikkig, hangende
treurige ogen, afhankelijk van de zon, naar binnen staande rupsbandjes. Hij
kijkt tegen dingen op. Hij neemt een open houding aan.
-
Antwoord
2a
Juist door het beeld extreem
te vertragen wordt een enorme snelheid gesuggereerd. Alleen de eekhoorn beweegt
sneller dan het licht. Voor hem staat de wereld stil.
-
Antwoord
3a
Kleur: rood suggereert hitte,
grijs voor koud en kil. Sterk contrast voor een ongemakkelijk gevoel, net als
bij de schreeuw van Munch.
Antwoord 3b Rode, enge lucht,
grijze water, ongemakkelijk gevoel.
-
Antwoord
4a
Vorm: proportie volgens de
gulden snede van Vitruvius. Precies even breed als lang, het kruis als
middelpunt. Navel als middelpunt van een cirkel.
Lara Croft: verhoudingen kloppen nog steeds, maar de benen zijn langer, borsten en heupen zijn breder, schouders zijn breder. Moderne smaak
Lara Croft: verhoudingen kloppen nog steeds, maar de benen zijn langer, borsten en heupen zijn breder, schouders zijn breder. Moderne smaak
Antwoord
4b
Mens als kroon op god's
schepping> Alles klopt geometrisch, ook de mens. Perfect geschapen
-
Antwoord
5a
Textuur (buitenkant van het
materiaal: hoe oogt en voelt het)/structuur (kern van het materiaal). Huid van
de aangevallen man is zacht en kwetsbaar, de leeuwin oogt ruwer en krachtiger
Antwoord
5b
Panter is sterk overdreven,
met name de klauwen en de tanden. Uitgevoerd in hard metaal: koud, hard, scherp,
snel en onoverwinnelijk. Materiaal draagt bij aan het angstaanjagende beeld van
de panter.
Antwoord 5c
-
Antwoord
6a
Compositie. Pieta: Hoofd en
handgebaar buiten de driehoek/ drie-eenheid. Handgebaar laat het leven gaan,
hij valt er nu letterlijk en figuurlijk buiten.
Antwoord
6b
Driehoekscompositie, meer een
pyramide. Geen symboliek maar ze zijn in balans als team. Ze staan stevig.
-
Antwoord
7a
Kleur is grauw, vorm van het
gezicht is druppel, oog, neus, kin, pijp, bakkenbaard, alles wijst naar
beneden. Verdrietig.
-
Antwoord
8a
Verhaallijn: ruzie tussen
Shrek en Donkey. Shrek kijkt naar beneden op donkey neer. Donkey vanaf boven
gezien. Shrek is boos, donkey is nietig.
-
Antwoord
9a
Expressiviteit van de
omgeving, de sfeer: kil, donker en bedroevend. Beangstigend: sfeer, belichting
van enge voorwerpen. Beeldaspect draagt bij aan de inhoud. Beeld verhaalt op
het niveau van het kind. Benader het beeld in relatie tot de inhoud: waarom is
het zo kil en donker en eng in dit beeld?
-
Antwoord
10a
Beeldaspecten geven een zo
precies mogelijk beeld. Het inschenken van melk bij Shrek. Veel aandacht aan de textuur van de materialen.
Antwoord 10b Textuur draagt bij
aan de sfeer en de beleving van het beeld.
-
Antwoord
11a
Andere basisvormen. Vierkant
is mannelijk, vrouw is uit ronde vormen. Zie ook de kus van Klimt
Antwoord 11b Man in vierkantjes
gewaad, vrouw met rondjes, versmelten tot een vorm
-
Antwoord
12a
Puur esthetisch: niet
natuurgetrouw maar op zichzelf. Mondriaan abstraheert: dag en nacht, donker en
licht, rood geel en blauw als basiskleuren in balans met pure lijnen en
vlakverdeling
Antwoord 12b Geen verhaal, geen
expressie
Antwoord
12c
Daarom moet je snappen wat je
wel en wat je niet inzet, dit is een brug te ver voor het basisonderwijs (in
ieder geval voor de onderbouw).
Antwoorden beeldcultuur
Coraline is een geweldige film. Dat iemand op het idee komt om een sneaker te maken die op de kat in het verhaal lijkt is, vind ik, eigenlijk net zo geweldig.
Antwoord 1a: Verleiding als koopprikkel met identificatie, verleiding als
moralistische waarschuwing voor het kwaad. In beide gevallen speelt een appel
een rol.
Antwoord 1b: Vormgeving om te blijven kijken versus vormgeving met symboliek
die waarschuwt
Antwoord 1c:
Nu: beleving, entertainment, doe mee, vrolijk.
Toen: moralistisch oogpunt: neem geen hap! Laat die kennis voor wat het is,
Eva!
-----
Antwoord 2a: prehistorie, egyptenaren, grieken, romeinen, renaissance,
pointillisme, expressionisme, stopt bij de start van de industriele
revolutie. Dan begint de vervuiling waar de film aan refereert.
-----
Antwoord 3a:
Klassiek: tot 1860, kerk en adel als initiatiefnemer, werd door modernisten
gezien als achterhaald
Modernistisch: 1860-1960, burger neemt het initiatief, kunstenaar als vrij
beroep, sociaal bewogen
Post-modernistisch: vanaf 1960 massacultuur, kunst als entertainment voor
consumenten
Antwoord 3b:
-----
Antwoord 4a: Gelaagde beelden: romantisch tafereel halverwege 19e eeuw (2/3
lucht en 1/3 grond) met post modern gebouw op de achtergrond en Jeff Koons
ballon.
Antwoord 4b: Je moet kennis hebben van de verschillende perioden om de
referenties te begrijpen.
-----
Antwoord 5a: Klassiek: opdrachtgevers adel en kerk
Antwoord 5b:
Adel: rijkdom en status tonen
Kerk: vertellen van bijbelse verhalen en mythologie aan analfabeten
Antwoord 5c: Werkelijkheid zo natuurgetrouw mogelijk nabootsen. Alles
vastleggen, geidealiseerd beeld, zeer decoratief. Alles heeft een symboliek:
kleding, houding, achtergrond. Adel: vaak symboliek die herinnert aan
vergankelijkheid, vanitas
Antwoord 5d:
Adel: Elkaar aftroeven
Kerk: Bevolking nietig, angstig en klein houden
-----
Antwoord 6a: Geboorte van Venus van Botticelli
Antwoord 6b: IJdele egoist, hij vindt zichzelf de mooiste van het land.
-----
Antwoord 7a: Geen opdrachten vanuit kerk of adel, vrij werk, de kunstenaar
zelf
Antwoord 7b: Idealistisch van aard: betere, zuivere wereld zonder kerk of
adel
Antwoord 7c: Op zoek naar de laag onder het onderwerp, de expressie. door
middel van abstractie. Veel experimenteren in kleur, materiaalgebruik en
vorm.
Antwoord 7d: Afzetten tegen klassieken, shockeren van de gevestigde orde.
Doelgroep was het volk maar werd uiteindelijk de artistieke elite.
-----
Antwoord 8a: Sterrennacht van Van Gogh
Antwoord 8b: Ze zijn allebei tijdens de nacht actief.
-----
Antwoord 9a: Opdrachtgever is deels de kunstenaar zelf, deels de consument.
Consument kan onderdeel zijn van het werk.
Antwoord 9b: Inhoud wordt bepaald door de consument. Oppervlakkigheid die
door iedereen wordt herkend en gewaardeerd (of juist niet).
Antwoord 9c: Alles wordt sterk uitvergroot, er wordt gesampled en in een
nieuwe context geplaatst.
Antwoord 9d: Wordt vaak uitbesteed, kunstenaar als conceptueel ontwerper.
Doel is amusement voor de consument.
-----
Antwoord 10a:
Sirene van Odysseus
Geboorte van Venus
Antwoord 10b: Alles dondert in elkaar, het is vergane glorie. Verleiding als
competitievorm.
-----
Aantekeningen:
Tableau vivant met postmoderne variant in atributen, decor, houding, etc.
Foto/ video maken.
Geboorte van Venus, Laatste Avondmaal
Antwoorden werkprocessen
Op de foto het old school stopmotion animation duo Chapi Chapo. Irritante openingstune, maar fascinerende avonturen in een geometrisch kleilandschap.
Antwoord
1a
Er wordt verwacht dat je
constant hetzelfde product nabootst. Is geestdodend, je wordt niet uitgedaagd.
Antwoord
1b
Je leert goed kijken en
nabootsen, reproduceren van een voorbeeld met dezelfde techniek. Geen eigen
beeldend vermogen gevraagd.
-
Antwoord 2a Werken vanuit een
idee, schets. Hoe los ik een beeldend probleem op?
Antwoord
2b
Je bent aan de slag met een
concept maar je bent minder gericht op de techniek zodat anderen het moeten
uitvoeren. Uitbesteden aan grafische ontwerpers van een idee.
-
Antwoord
3a
Een proces waarin nog niets is
omlijst. Direct starten en het materiaal verkennen. Wat kan ik er mee doen?
Antwoord
3b
Voordeel: meteen aan de slag.
Nadeel: niet iedereen kan het, zeker wanneer het met nieuwe media gebeurt. Bij
kleuters zijn klei en vingerverf goede materialen om mee te experimenteren.
-
Aantekeningen
Thema dat aansluit bij de
leerling, beeldmateriaal verzamelen dat aansluit, beschouwen en vragen stellen,
leg uit wat de techniekuitdaging is en wat de eisen zijn, laten experimenteren,
begeleiden (elkaar nadoen voorkomen), reflecteren (zijn de doelen behaald, eventueel
beoordelen).
-
Antwoord
5a
Bewegen en stemmen gebruiken
(karakters) en een verhaaltje vertellen. Kan het speelgoed ook zelf tot leven
komen? Hoe kan dat? Het doet alsof het niet leeft als het kind in de buurt is.
Wat doet hun speelgoed als ze niet zouden kijken? Wat zou het verhaal kunnen
zijn? Uitbeelden.
-
Antwoord
6a
24 beeldjes per seconde met
variatie, kan ook met 24 3d beeldjes. Maak flipboekjes en een zootroop met een
emmer die ronddraait. Edward Muybridge
-
Aantekeningen
Beeldend probleem stellen
vanuit de receptieve fase. Welk speelgoed kan stapsgewijs bewegen? Laten
overleggen tot een verhaal. Goed en kwaad is populair. Startpositie voor de
camera: in en uit beeld van speelgoed en camera. Stapsgewijs verhaal uitbeelden
met foto's. Leerling drukt verhaal uit in stapjes.
-
Aantekeningen
Lijst met materialen: laptop
en animatie software, fotocamera met usb kabel, statief, tape voor beeld
afplakken, eventueel een bouwlamp. Grote ruimte. Beamer en laptop met VGA
kabel, Laptop en camera met usb kabel.
-
Antwoord
9a
Welk verhaal wordt er uitgebeeld? Is het duidelijk in de stapjes?
Bespreken. Wat gaan we veranderen om het verhaal nog duidelijker over te laten
komen?
Brokken onsamenhangende tekst
Zo oogt het wanneer ik de door mij ingevulde antwoorden van de online lessen nu weer zie. Ik zeg er alvast bij dat wanneer sommige vragen oningevuld zijn het antwoord al in de beantwoording van de vraag er voor zit, of dat er een antwoordveld was zonder vraag. Als eerste de antwoorden op de vragen van Lesfasen. Voor de gezelligheid zet ik er een plaatje boven dat met een van de antwoorden te maken heeft.
Antwoord
1a
Veel afwisseling in beeldtaal
die aansluit op de periode, verteld als verhaal, sluit aan op belevingswereld,
goed herkenbaar voor kinderen, goede culturele referenties
Antwoord
1b
verbeeldend (illustratief) bij
het vertelde, informatief, decoratief (versierd en verrijkt), entertainment,
mooie plaatjes die het verhaal ten goede komen
-
Antwoord
2a
Inleven in de situatie die ze
gaan beschrijven: een ietwat verlopen toprestaurant. Hoe? Samen op kookles. Hoe
gebruik je je handen? Waar staat alles? Hoe is de sfeer in een keuken? Wat
gebeurt er allemaal? Hoe werk je samen? Zelf beleven is van waarde voor het
maken van de film.
Antwoord
2b
productiefase en reflectie
(aan de hand van recensies en reacties van het publiek).
-
Antwoord
3a
receptieve fase (ontvangen):
kijken naar beelden , bespreken en meer waarderen. Productieve fase: beeldend
vormgeven van inhoud in relatie tot de persoonlijke belevingswereld.
Reflectieve fase: terugkijken. Is de beleving zichtbaar? Beoordelen
Antwoord
3b
Knutselen is vooral
productieve fase als reproductie, als imitatie van een voorbeeld. Meer niet.
-
Antwoord 4a Het inzamelen van
metaal door Mao tijdens de grote sprong voorwaarts
Antwoord 4b Drama, muziek,
beeldtaal, geschiedenis, aardrijkskunde
-
Antwoord
5a
Het moet aansluiten op de
belevingswereld van de leerling: school, thuis, seizoenen. Dit om het begrip te
vergroten en de fantasie te vergroten (en standaardbeelden te relativeren).
Zoeken via google, juist in andere talen. Denken aan andere associaties,
bijvoorbeeld in muziek en mode. Musea zijn, als het goed is, goed in het
bundelen in een thema.
-
Antwoord
6a
Hoge kwaliteit van beelden
(filmprijzen, gouden penseel, voorstellingen, festivals, world press photo,
exposities die vanuit verschillende disciplines kijken, recensies). Zoek ook
recensies in andere talen.
Antwoord 6b Compleet beeld,
bredere orientatie
-
Antwoord
7a
In bevroren toestand om het
voorwerp heen kunnen kijken. 2d is hoogte en breedte, 3d is hoogte, breedte en
diepte (x,y,z as)
Antwoord 7b 4d: tijdsverloop
wordt zichtbaar gemaakt om het verhaal te begrijpen
Antwoord 7c
3d in de bioscoop is de
suggestie van diepte. Lijkt het scherm uit te vliegen, is niet zo.
Antwoord 7d 0d is een stip, 1d
is hooguit een dun lijntje
-
Antwoord
8a
2d bij tekenen, 3d bij
handvaardigheid (klei, hout), 4d: audiovisuele vorming (animatie en video)
Antwoord
8b
Kinderen leren omgaan met
beeldcultuur door de betekenis van beelden in de maatschappij te duiden, leren
om beelden te lezen en toe te passen.
Abonneren op:
Posts (Atom)







