Het besef van grondlijn(en en horizon doet zijn intrede. Andere beeldaspecten zijn schematishe kleuren, een eerste ordening, stapeling, belang en verdringing, doorzichtigheid en de samengestelde vorm van een object zonder dat de verbindingslijnen zijn weggehaald. Drie voorbeelden: Bij het eerste voorbeeld zien we schematische kleuren: blond meisje in een roze jurk, blauwe lucht, groen gras en een mooi voorbeeld van haaks contrast van de schoorsteen op het dak van het huis en de armen en de voeten van het meisje die dwars op het lijf staan. Dat echter een kleur heeft dat meer in fase 2a past dan de standaardkleuren die je meestal bij huizen in 2b ziet. Maar het dak is weer vertrouwd rood. En de zon vertrouwd geel met een lach.
Het tweede voorbeeld: Elmer de olifant door een kind van vijf jaar. Hoge grondlijn, zonnetje in de hoek (voorzichtige standaardvorm van afsnijding), schematische kleuren (Elmer is bontgekleurd, het gras is groen, de zon is geel) en een dappere poging tot perspectief (Elmer van voren en van opzij tegelijk waardoor het lijkt alsof de arme dikhuid is overreden). Ik zou als ouder toch zeer trots zijn.
Bij het derde voorbeeld: poging tot perspectief, maar het hekje valt om, er is een stapeling van bomen links zonder grootteverschil en de figuren, hoewel bewonderenswaardig nu eens van achteren afgebeeld, houden de koffers zeer onnatuurlijk vast. Maar onderaan is al overlapping van een koffer en een figuurtje te zien. En de zon moest ook nog ergens in de tekening, dan maar een klein geel bolletje rechtsboven. Leuke tekening!
vrijdag 8 november 2013
Gecodeerde werkelijkheid 2a
Bij de tweede fase van kindertekeningen zien we eerst kop(buik)poters die willekeurig op het vlak geplaatst worden. Bij voorkeur tekent het kind het hele vel vol, bijvoorbeeld door het telkens om te draaien. Wanordelijke plaatsing, experimenten met lijnen (golven, kartels, zigzag), het object krijgt 1 kleur. Drie voorbeelden van deze fase (2a) waarbij de middelste kunstenaar al meerdere kleuren gebruikt.
Krabbelen
Voordat de les Beeldende Vorming op dit blog verschijnt zoals ik deze heb bedacht nog even de opdracht met de kindertekeningen. In aansluiting op gisteravond zijn hier voorbeelden uit de vier fasen met een toelichting in beeldaspecten. De fasen zijn de krabbelfase (1), de gecodeerde werkelijkheid (2a en 2b) en de zichtbare werkelijkheid (3). Per fase drie voorbeelden.
Krabbelfase: drie voorbeelden waarin gekrabbeld wordt en in een geval al voorzichtig vanuit de pols wordt gewerkt (hoekige lijnen in plaats van de cirkels en strepen vanuit de schouder en ellenboog). Contrastrijke kleuren met helemaal onderaan een voorbeeld van een gesloten cirkelvorm.
Krabbelfase: drie voorbeelden waarin gekrabbeld wordt en in een geval al voorzichtig vanuit de pols wordt gewerkt (hoekige lijnen in plaats van de cirkels en strepen vanuit de schouder en ellenboog). Contrastrijke kleuren met helemaal onderaan een voorbeeld van een gesloten cirkelvorm.
Vijf soorten vragen voor 1 beeld
Gisteravond de laatste bijeenkomst Beeldende Vorming met aandacht voor het inrichten van dit blog plus de laatste opdrachten. Wat ik in ieder geval heb geleerd is dat bloggen niet al te moeilijk is. Wat ik ook heb geleerd is dat leuke dingen er op zetten verslavend werkt en veel te veel tijd kost (alles wat niets met de opdrachten te maken had heb ik dan ook inmiddels verwijderd. Zonde van de tijd). En wat ik eigenlijk al wist is dat ik geen modern mens ben: ik wil mijn gedachten helemaal niet met wildvreemde bezoekers van een blog delen. Die houd ik gewoon voor me en deel ik eventueel, old school, in een face to face gesprek.
Maar goed, de opdracht van gisteravond luidde: kies een beeld en zet daar vragen bij die je aan leerlingen kunt stellen, en wel in de volgende soorten: een startvraag, een flink aantal onderzoeksvragen, analysevragen, speculatieve vragen en een concluderende vraag. Het beeld dat ik hiervoor gekozen heb is De Marskramer van Hieronymus (Jeroen) Bosch, vermoedelijk uit 1493 of iets later. Het hangt in Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam en werd in het verleden De Verloren Zoon genoemd naar een bijbelse interpretatie die tegenwoordig als achterhaald wordt gezien. De Marskramer staat in de huidige visie van (kunst)historici model voor het weerstaan van duivelse verleidingen na eerder al gezondigd te hebben en de keuze voor het bestaan als een arme, vrome pelgrim op het verdere levenspad. Het beeld zit, geheel in de traditie van de meesterlijke schilder Bosch, vol met symboliek waar geen eenduidig antwoord op bestaat en dat zich, vind ik, dus goed leent voor meerdere interpretaties door leerlingen uit de bovenbouw, groep 7 of 8. Het is een complex beeld dat veel uitleg behoeft, maar ook een rijk beeld met veel pedagogische aanknopingspunten.
Startvraag: Wie kent dit schilderij? Het heet De Marskramer en het is van Hyronimus Bosch. Om wie draait het schilderij? Wat is een marskramer? Uit welke tijd komt dit schilderij? Hoe zie je dat?
Onderzoeksvraag: Wat zien jullie op het schilderij? Een zwerver met een mand op zijn rug en een stok en een hoed in zijn hand. Hij draagt versleten kleren, een schoen en een slof en heeft verband om zijn been. Een boze hond. Een koe achter het hek en een ekster. Een vervallen huis met gaten in het dak en scheve luiken met een zoenend stel in de deuropening en een grijnzende vrouwenkop in het raam. Een plassende man naast het huis. Wat is dat voor huis? Het lijkt op een boerderij of een herberg. Wat zien we rechtsboven? Een figuur aan een galg boven op een heuvel. We zien een uil boven het huis die een vink of een meesje vangt. Er hangt ook een vogelkooi aan het huis. We zien een zeug met biggetjes.
Analysevragen: waarom loopt de marskramer weg van het huis/ de herberg? Kan hij het niet betalen om daar te zijn of wil hij juist heel snel weg? Wat gebeurt er allemaal in zo'n herberg? De vogelkooi aan de herberg staat voor het werkwoord vogelen, een middeleeuws woord voor sex. Waarom wil hij niet (meer) daaraan meedoen? Hij kijkt achterom. Hoe kijkt hij? Heeft hij spijt dat hij daar ooit is geweest of is hij bang voor de hond? Wat zou de betekenis kunnen zijn van de hond, de ekster, de koe, de pollepel aan zijn mars? De hond is een symbool voor de duivel. Hij gromt omdat de marskramer wegloopt van de verleidingen van de herberg. Maar hij heeft al eens toegegeven, hij is al eens gebeten door het kwaad, vandaar dat verband. De ekster, de koe en de plassende man staan symbool voor dronkenschap. De pollepel is een symbool van verspilling. De marskramer zelf is symbool voor zowel een zondaar (wat is dat?) als een tot inkeer gekomen zondaar. Wat gebeurt er met zondaars? Die gaan naar de hel, zoals zo mooi verbeeld door Bosch in andere schilderijen (kan de leerkracht laten zien) of eindigen in ieder geval aan de galg rechtsboven. De uil vangt een bontgekleurd, nietsvermoedend vogeltje. Wat betekent dat? Wees vroom en op je hoede, verleiding zit in een klein hoekje. Kijk maar naar die ondeugend grijnzende vrouw in het raam die uit is op jouw centjes!
Speculatieve vragen: Waar loopt de marskramer naar toe? Zou hij op reis kunnen gaan? Hoe zie je dat? Mars, hoed en stok, symbolen van de pelgrim (wat is dat?). Mars als rugzak of koffer. Stok tegen boze honden, hoed tegen kou en regen. Waar gaat hij naar toe? Hoe gaat het verder met de mensen in de herberg? Zal de pelgrim/marskramer ooit aankomen en vinden wat hij zoekt? Ai, dat is wel heel filosofisch...
Concluderende vraag: Wat is dit voor schilderij? Het is een waarschuwing tegen de duivelse verleidingen van het leven, zoals drank (de plassende man), sex (het vrijende stel) en verspilling. Dit leidt tot verval (de krakkemikkige herberg), verwonding (het verbonden been) en uiteindelijk de dood (figuur aan de galg). De keuze is aan de mens zelf: kies je voor de gevaarlijke verlokkingen of blijf je op het rechte pad? Dit is een klassiek schilderij, gemaakt in opdracht van de adel, met een stichtelijke, religieuze boodschap. Maar Bosch is een beetje ondeugend, vandaar de plassende man en het vrijende stel. Een modernist avant la lettre?
Als kind zag ik het schilderij voor het eerst in de televisieserie Floris (regie Paul Verhoeven, die driedubbel over het beschikbare budget ging waardoor de serie helaas maar 1 seizoen kende), waarin Jeroen Bosch in de aflevering De Harige Duivel volop meedoet als een licht anarchistisch genie die de gevestigde orde graag een beentje licht. Bosch portretteert een eenvoudige marskramer die eerst door de held Floris wordt gered van pestende soldaten en die hem daarna bijna verraadt aan zijn vijand, de hertog van Gelre. Bosch schildert deze opportunist na en legt aan het einde van het verhaal uit dat het waarschijnlijk slecht met hem zal aflopen (wijzend op de galg). De marskramer is een rol van Cor Witsche (Pipo!). Toch even een plaatje. De serie was in zwart-wit en dan is de overeenkomst met het schilderij (zelfs het grijze haar) helemaal verbluffend.
Maar goed, de opdracht van gisteravond luidde: kies een beeld en zet daar vragen bij die je aan leerlingen kunt stellen, en wel in de volgende soorten: een startvraag, een flink aantal onderzoeksvragen, analysevragen, speculatieve vragen en een concluderende vraag. Het beeld dat ik hiervoor gekozen heb is De Marskramer van Hieronymus (Jeroen) Bosch, vermoedelijk uit 1493 of iets later. Het hangt in Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam en werd in het verleden De Verloren Zoon genoemd naar een bijbelse interpretatie die tegenwoordig als achterhaald wordt gezien. De Marskramer staat in de huidige visie van (kunst)historici model voor het weerstaan van duivelse verleidingen na eerder al gezondigd te hebben en de keuze voor het bestaan als een arme, vrome pelgrim op het verdere levenspad. Het beeld zit, geheel in de traditie van de meesterlijke schilder Bosch, vol met symboliek waar geen eenduidig antwoord op bestaat en dat zich, vind ik, dus goed leent voor meerdere interpretaties door leerlingen uit de bovenbouw, groep 7 of 8. Het is een complex beeld dat veel uitleg behoeft, maar ook een rijk beeld met veel pedagogische aanknopingspunten.
Startvraag: Wie kent dit schilderij? Het heet De Marskramer en het is van Hyronimus Bosch. Om wie draait het schilderij? Wat is een marskramer? Uit welke tijd komt dit schilderij? Hoe zie je dat?
Onderzoeksvraag: Wat zien jullie op het schilderij? Een zwerver met een mand op zijn rug en een stok en een hoed in zijn hand. Hij draagt versleten kleren, een schoen en een slof en heeft verband om zijn been. Een boze hond. Een koe achter het hek en een ekster. Een vervallen huis met gaten in het dak en scheve luiken met een zoenend stel in de deuropening en een grijnzende vrouwenkop in het raam. Een plassende man naast het huis. Wat is dat voor huis? Het lijkt op een boerderij of een herberg. Wat zien we rechtsboven? Een figuur aan een galg boven op een heuvel. We zien een uil boven het huis die een vink of een meesje vangt. Er hangt ook een vogelkooi aan het huis. We zien een zeug met biggetjes.
Analysevragen: waarom loopt de marskramer weg van het huis/ de herberg? Kan hij het niet betalen om daar te zijn of wil hij juist heel snel weg? Wat gebeurt er allemaal in zo'n herberg? De vogelkooi aan de herberg staat voor het werkwoord vogelen, een middeleeuws woord voor sex. Waarom wil hij niet (meer) daaraan meedoen? Hij kijkt achterom. Hoe kijkt hij? Heeft hij spijt dat hij daar ooit is geweest of is hij bang voor de hond? Wat zou de betekenis kunnen zijn van de hond, de ekster, de koe, de pollepel aan zijn mars? De hond is een symbool voor de duivel. Hij gromt omdat de marskramer wegloopt van de verleidingen van de herberg. Maar hij heeft al eens toegegeven, hij is al eens gebeten door het kwaad, vandaar dat verband. De ekster, de koe en de plassende man staan symbool voor dronkenschap. De pollepel is een symbool van verspilling. De marskramer zelf is symbool voor zowel een zondaar (wat is dat?) als een tot inkeer gekomen zondaar. Wat gebeurt er met zondaars? Die gaan naar de hel, zoals zo mooi verbeeld door Bosch in andere schilderijen (kan de leerkracht laten zien) of eindigen in ieder geval aan de galg rechtsboven. De uil vangt een bontgekleurd, nietsvermoedend vogeltje. Wat betekent dat? Wees vroom en op je hoede, verleiding zit in een klein hoekje. Kijk maar naar die ondeugend grijnzende vrouw in het raam die uit is op jouw centjes!
Speculatieve vragen: Waar loopt de marskramer naar toe? Zou hij op reis kunnen gaan? Hoe zie je dat? Mars, hoed en stok, symbolen van de pelgrim (wat is dat?). Mars als rugzak of koffer. Stok tegen boze honden, hoed tegen kou en regen. Waar gaat hij naar toe? Hoe gaat het verder met de mensen in de herberg? Zal de pelgrim/marskramer ooit aankomen en vinden wat hij zoekt? Ai, dat is wel heel filosofisch...
Concluderende vraag: Wat is dit voor schilderij? Het is een waarschuwing tegen de duivelse verleidingen van het leven, zoals drank (de plassende man), sex (het vrijende stel) en verspilling. Dit leidt tot verval (de krakkemikkige herberg), verwonding (het verbonden been) en uiteindelijk de dood (figuur aan de galg). De keuze is aan de mens zelf: kies je voor de gevaarlijke verlokkingen of blijf je op het rechte pad? Dit is een klassiek schilderij, gemaakt in opdracht van de adel, met een stichtelijke, religieuze boodschap. Maar Bosch is een beetje ondeugend, vandaar de plassende man en het vrijende stel. Een modernist avant la lettre?
Als kind zag ik het schilderij voor het eerst in de televisieserie Floris (regie Paul Verhoeven, die driedubbel over het beschikbare budget ging waardoor de serie helaas maar 1 seizoen kende), waarin Jeroen Bosch in de aflevering De Harige Duivel volop meedoet als een licht anarchistisch genie die de gevestigde orde graag een beentje licht. Bosch portretteert een eenvoudige marskramer die eerst door de held Floris wordt gered van pestende soldaten en die hem daarna bijna verraadt aan zijn vijand, de hertog van Gelre. Bosch schildert deze opportunist na en legt aan het einde van het verhaal uit dat het waarschijnlijk slecht met hem zal aflopen (wijzend op de galg). De marskramer is een rol van Cor Witsche (Pipo!). Toch even een plaatje. De serie was in zwart-wit en dan is de overeenkomst met het schilderij (zelfs het grijze haar) helemaal verbluffend.
vrijdag 1 november 2013
Pakpapier en toch een leuke opdracht?
Aan het eind van een lange avond van het aan elkaar uitleggen van fases in de taalverwerving van een jong kind, het stop motion laten bewegen van zeedieren en het krassen van kubussen kregen we in groepjes een opdracht waar we aan moesten sleutelen. Wat is het beeldend probleem? Wt is het technisch probleem? Is het uitdagend genoeg? Job (toegewijd fotograaf en haringzwaardvis animator) en ik bogen ons over de opdracht op de bovenste foto. De technische uitdaging zit in het aanbrengen van de grondverf met dikke kwasten (grove motoriek) en het aanbrengen van het motief met de vingers (fijne motoriek). En in de herhaling van het motief, misschien.
Maar 'breng een motief aan' is te algemeen gesteld en lastig te beoordelen als criterium voor een opdracht. Grens het af: maak een herfstmotief. Of een wintermotief. Maak een Sinterklaas of Kerstmotief. Guido had haast (de school moest al weer bijna op slot) maar we zaten in de goede richting. Als illustratie dan maar een leuk pakpapiertje, niet ontworpen door een basisscholier, zo lijkt mij.
May the cube be with you!
Gisteravond kregen we bij Beeldende Vorming de opdracht om een kubus na te tekenen volgens de klassieke techniek van het perspectief schetsen. Ik vond het een eye opener, want ik ben heel slecht in perspectief tekenen. Maar het was de bedoeling dat ik deze opdracht saai en gespeend van creativiteit zou vinden. Want Guido doet het voor en wij doen het allemaal klakkeloos na. Is natuurlijk wel zo, maar het technische trucje vond ik zeer interessant (bovenste foto). Na enig heen en weer gepraat (de medestudenten moeten hebben gedacht: get on with it) ontlokte ik Guido de uitspraak dat het vrijwel onmogelijk is om vanuit de klassieke vormtaal (dus tot 1860) een inspirerende opdracht te verzinnen voor leerlingen op de basisschool. Een vrij boude uitspraak, waar ik inmiddels wel helemaal achter sta.
De tweede variant van een kubus diende geschetst te worden (met dat vervloekte houtskool, mooi materiaal maar niet voor een linkshandige kluns) vanuit een modernistisch perspectief (want er moesten gevoelens worden weergegeven): een nerveuze kubus ZONDER gezichtsuitdrukking en ZONDER stripachtige trillijntjes, Ingmar! De oplossing werd vooral gevonden in bibberige ribben van de kubus, een klein formaat aan de rand van het vel papier en zwakke lijntjes. Daarna een boze kubus (ik moest toch de hele tijd aan de Wim T Schippers serie De Lachende Scheerkwast denken, ik weet het, ik ben een ouwe zak). Mogelijke oplossingen: dikke, schichtige lijnen, ribben die als boze wenkbrauwen naar elkaar toelopen, zwarte, dreigende vlakken, papiervullend formaat.
Tot slot een post-modernistische kubus. Een dergelijke opdracht formuleren blijkt zeer moeilijk te zijn, want wat is een shockerende kubus? Of een kubus die je aan het lachen maakt? Niet geschikt voor een didactische opdracht, zeker niet op de basisschool. Toch een lafhartige poging gedaan met een zwarte kubus die (in de ogen van sommigen these days) wellicht shockerend is en misschien tot een glimlach leidt, De klas vond hem wel grappig. Ik laat dit soort visuele humor liever over aan Kamagurka en Gumbah. May the cube be with you is een vrolijk nummer van de vrijwel vergeten jaren tachtig muzikant Thomas Dolby.
Antwoorden beeldend vermogen
Kindertekeningen zijn fantastisch, vind ik. De verhalen die er bij horen, de oplossingen voor bepaalde technische hindernissen, het nog niet door clichees verpeste gevoel voor compositie en kleur. Dit is een tekening van het Bulgaarse jongetje Alek Milanov Ivantchev. Hoe oud hij was toen hij dit tekende weet ik niet, ik vermoed een jaar of zes. Geweldig! Vogels en vissen ontmoeten elkaar, het lijkt wel Escher.
Aantekeningen: Krabbelen, gecodeerde werkelijkheid, zichtbare werkelijkheid
-----
Antwoord 1a: krabbelen (peuters), gecodeerde werkelijkheid (kleuters en
middenbouw), zichtbare werkelijkheid, zelfstandigheid.
Antwoord 1b: Beroepsleven van de ouders, directe leefomgeving, religieuze
achtergrond
-----
Antwoord 2a: Met krassen sporen achterlaten. Kleuren zorgen dat de sporen
goed zichtbaar zijn.
Antwoord 2b: Van grote naar kleine bewegingen van grove naar fijne motoriek
Antwoord 2c: Vanuit de schouder en de elleboog, nog geen pols en
vingerbewegingen
Antwoord 2d: Alles wordt even hard ingedrukt, later merkt het kind dat je
materialen soms anders moet benaderen voor het gewenste resultaat.
-----
Antwoord 3a:
Antwoord 3b:
-----
Antwoord 4d: 2a: vormen willekeurig op het vlak
Antwoord 4a: Band met lezen/schrijven. Dat kan het nog niet dus gebruikt het kind
codes
Antwoord 4c: Het tekent niet exact na, maar het hoe van dingen
Antwoord 4b: Bewegende mensen en voertuigen, daarna huizen en andere
stilstaande objecten.
-----
Antwoord 5a: Fel, contrastrijk
Antwoord 5b: Vorm aangeven door kleurvlak (zon is geel, gras is groen, lucht
is blauw)
-----
Antwoord 6a: Beeldteken van de mens met een koppoter, later twee cirkels met
lijnen voor armen en benen. Hoofd is het belangrijkst met grote ogen.
Antwoord 6b: Hoofd trekt de aandacht. Mensen zijn voor hen vaak een sprekend
hoofd
Antwoord 6c: Haaks om de voeten en vingers goed te kunnen laten zien
-----
Antwoord 7a: 2a: alle figuren zijn willekeurig verspreid, gezien vanaf de
zijkant en de bovenkant
Antwoord 7b: Maakt keuze voor waar plek is om iets te plaatsen. Vormen moeten
los staan van elkaar, mogen elkaar niet overlappen. Belang en verdringing van
vormen
-----
Antwoord 8a: 2b: vel heeft boven en onderkant. onderkant is grondlijn,
bovenkant is lucht en wolken
Antwoord 8b: Compositie: waar plaats je wat?
Antwoord 8d: links een ster, clichematig meisje met symbolisch kleurgebruik.
voorwerpen verwijzen nog naar symbolen. Er zijn ook nog krabbelende elementen
te zien. Het vanuit de pols en vingers tekenen lukt nog niet helemaal.
Antwoord 8c:
-----
Antwoord 9b: Prinsesje is cliche, grondlijn is bepalend, veel ruimte voor
lucht, boogvormen en vierkanten. Functionele primaire en secundaire kleuren.
Geschematiseerde wereld.
Antwoord 9a: Platformpjes in de lucht om het grondvlak te vergroten en diepte
te suggereren.
-----
Antwoord 10a: 2b: omklapping (denk aan hierogliefen) voorkant en zijkant
tegelijk, grondlijnen
Antwoord 10b: Binnen en buiten verbeelden door dak en muren, contour van een
auto met het gehele persoon er in, zo verbeeld je binnen en buiten.
-----
Antwoord 11a:
Antwoord 11b:
-----
Antwoord 12a: centraal perspectief, overlapping (jezus voor maria), engelen
overlappen en stapelen en zijn allemaal even groot, groot en klein
(verdringing), afsnijding (beeld loopt door buiten het kader)
Antwoord 12b: kleurperspectief: rood naar voren, blauw naar achteren en het
lijnperspectief waarbij lijnen verdwijnen in een punt aan de horizon.
-----
Antwoord 13a: zichtbare werkelijkheid:
Antwoord 13b: dingen natekenen en overtrekken die aansluiten op de eigen
interesse. Helpen om de werkelijkheid vast te leggen, dus gebruik
fotografie/video.
Antwoord 13c: Ruimte suggestie, donker en licht, schaduw, textuur, vlakken
versieren met details, compositie
Antwoord 13d: ruimte en textuur
-----
Antwoord 14a: Nabootsen en vastleggen van de wereld om hen heen.
Antwoord 14b: Ze willen begrijpen hoe de wereld werkt. Expressiviteit is nu
belangrijk om niet alleen maar met de techniek van dingen bezig te zijn: komt
overeen met fase 2b van Parsons
Abonneren op:
Posts (Atom)
















